Sinds 2015 wordt de Cito Eindtoets afgenomen in april en niet langer in februari. Het idee is dat ouders van wie de kinderen de Cito oefenen geen invloed meer uit kunnen oefenen op het schooladvies. Voorheen werd gedacht dat – als het schooladvies van de basisschool tegenviel – er met veel oefenen een hoger advies afgedwongen kon worden. Dat was ook zo, want Cito was op veel middelbare scholen leidend.

Stel dat een kind een vmbo-tl advies kreeg van de basisschool, maar op de Cito-toets havo scoorde, dan kon het gewoon naar een havo-klas. Ondanks dat er in alle jaren daarvoor nooit sprake van zou zijn geweest.

 

Cito blijft een momentopname

Het belangrijkste argument om de Cito Eindtoets niet meer leidend te laten zijn is het idee dat de Cito-toets – net als de Entreetoets in groep 7, waarover straks meer – een momentopname betreft. Gedurende een paar ochtenden wordt gekeken of een kind de stof die aan het eind van de basisschool eigen moet zijn, beheerst wordt of niet.

Wie goed oefent voor zo’n toets, scoort beduidend hoger.

Daarin ligt de factor van een momentopname, die vergeleken kan worden met het memoriseren van topo-toetsen. Je weet op het moment van de toets precies waar al die steden, landen en rivieren liggen, maar na een week of wat ben je ze weer kwijt. Je hebt ze puur en alleen opgeslagen voor het moment dat je getoetst werd.

Met Cito werkt het mogelijk net zo.

 

Cito-toets 2016Verplaatsing

De Cito-toets werd, onder meer op verzoek van scholen en leerkrachten, verplaatst. Niet meer in februari, maar in april. Een reden die ook werd aangedragen was dat kinderen dan twee maanden meer tijd hadden gehad om de stof eigen te maken.

Naast dat de Cito-toets verplaatst werd, werd een Eindtoets verplicht gesteld. Deze hoeft niet van Cito te zijn, maar kan ook van een andere aanbieder komen.

 

Maakt het echt uit?

Nu is de hamvraag: heeft de verschuiving echt verschil gemaakt? Het antwoord is nee. Er is nog altijd sprake van een momentopname en die momentopname heeft in de praktijk wel degelijk een belangrijke invloed op het schooladvies.

Het schooladvies wordt op de meeste basisscholen tussen november en januari gegeven. Daarna volgen de open dagen en inschrijving conform het advies van de basisschool. De Cito-toets is nog een tijdje weg, want die wordt pas in april afgenomen.

Kinderen moeten in maart al zijn ingeschreven.

Maar… er is een grote maar. Hoewel het idee was dat de Cito-toets geen invloed meer zou hebben op het schooladvies, heeft die dat zeker nog wel. Misschien wel meer dan ooit.

Want op middelbare scholen worden plaatsen vrijgehouden in klassen. Het idee is dat een advies van school nogal kan verschillen van de Cito-toets en als dat zo is (bijvoorbeeld: Jantien scoort op havo-niveau in plaats van tl, zoals de leerkrachten geadviseerd hadden) kan er alsnog besloten worden om een leerling op een hoger niveau te plaatsen.

Er is nog een kanttekening, want verplaatsen kan wel van beneden naar boven, maar niet van boven naar beneden. Met andere woorden, had Jantien uit het voorbeeld een havo-advies gekregen en slechts vmbo-tl gescoord, dan hoefde ze niet teruggeplaatst te worden.

 

Kinderen maken de Cito toetsVrije keuze?

Er wordt gezegd dat het een keuze van de school is om het advies aan te passen, mocht er toch hoger gescoord worden. Maar de vraag is hoe vrij die keuze is. Ouders staan vaak op hun strepen en schromen het niet om veel druk uit te oefenen op zowel de basisschool als het voortgezet onderwijs. Vaak is een van de partijen – in veel gevallen zelfs de directeur van de basisschool – hier gevoelig voor en wordt het advies – tegen het advies van de leerkrachten in – toch afgerond naar boven en kan een leerling met een tl-advies toch het nieuwe schooljaar in een havo-klas beginnen.

 

Cito-invloed is dus nog van deze tijd

Hoewel de afname van toetsen van Cito aangepast zijn en Cito niet meer alleenheerser is, is de invloed van Eindtoetsen in het onderwijs nog altijd groot. We hebben intussen twee rondes Cito-toetsen gehad en een tussentijdse evaluatie leert dat er eigenlijk weinig veranderd is. Kinderen met een hogere score op de Cito-toets stromen hoger in. Met andere woorden: de leerkracht heeft er weinig over te zeggen als het erop aankomt.

Met Blink Wereld halen we een uitgebreide methode in huis die leerlingen op enthousiaste wijze leert over wereldoriëntatie. Blink Wereld omslaat drie vakgebieden, te weten Eigentijds (geschiedenis), Grenzeloos (aardrijkskunde) en Binnenstebuiten (natuurkunde). Tevens beschikt Blink Wereld over TopoMasters, waarmee topografie op een geheel nieuwe manier wordt aangeleerd. We informeren u graag over deze methode.

 

Wereldoriëntatie interactief

Met de middelen op school, zoals Chromebooks, tablets en een digitaal bord, is het natuurlijk erg lonend en motiverend om een lesmethode via die middelen aan te kunnen bieden. Blink biedt hierin een uitgelezen kans. De methodes voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuur voorzien op verrassende wijze in lessen die het leuk maken om te leren. In iedere les wordt het digibord gebruikt, raken kinderen samen in gesprek of in discussie en wordt samengewerkt en onderzoek gedaan. De vaardigheden die kinderen hierbij leren komen voor een groot deel terug in de 21e eeuwse vaardigheden. Wat leren kinderen met de methode Blink Wereld?

  • De basiskennis voor geschiedenis, aardrijkskunde en natuur;
  • Samenwerking;
  • Onderzoek vaardigheden;
  • Reflectie en evaluatie;
  • Topografie met kennis over de landen, streken, gebieden, bergen en rivieren.

Opening van de les

Iedere les wordt geopend met een fragment, muziek of plaatje. Daarover wordt gesproken en zo wordt de les ingeleid. Vervolgens gaan de kinderen te zien krijgen wat ze die les gaan leren. Een master op het gebied van bijvoorbeeld onderzoek (binnen het thema Amerika in Grenzeloos is dat een tv-correspondent voor het nieuws) leert de kinderen onderzoek te doen en maakt het levendig.

De kinderen behandelen de basisstof en kiezen daarna waarover zij meer willen weten. Met behulp van bronnen gaan zij onderzoek doen, op het internet en in boeken.

Topomasters

Verloop van de les

De les wordt door de leerkracht gestuurd, maar er is veel ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Onderzoek vindt zowel alleen plaats als in groepjes, waarbij kinderen ook moeten overleggen en rollen moeten verdelen. Het internet wordt in het begin afgebakend met kant- en-klare rollen, maar naar verloop van tijd kunnen kinderen hier ook zelf hun weg in zoeken en zou er een uitgebreide thema kunnen worden uitgevoerd.

 

Kerndoelen

De kerndoelen voor wereldoriëntatie komen ruimschoots aan bod in deze methode. Ook is er aandacht voor persoonlijke ontwikkeling van kinderen op het gebied van hun mening geven en formuleren, argumenten vormen, samenwerking, leiding geven, processen bewaken en onderzoek zoen. Op die manier is deze methode erg uitgebreid en een aanwinst op meerdere fronten.

De methodes beschikken over toetsen die afgenomen kunnen worden en waarmee de vaardigheden van kinderen dus in kaart kunnen worden gebracht.

 

TopoMasters

Ook het onderdeel TopoMasters is erg prettig. Thuis en op school kunnen de kinderen online topografie oefenen. Ze leren plaatsen kennen aan de hand van ligging, maar ook aan de hand van kenmerken. Op die manier is het niet enkel een geval van inoefenen, toets maken en weer vergeten, maar zal het beter beklijven. Spelenderwijs komen deze plaatsen namelijk steeds weer terug.

 

Aan de slag met Blink

Met Blink voegen we een nieuwe dimensie toe aan ons onderwijs. Een uitgebreide methode voor wereldoriëntatie waarbij de kinderen niet alleen de basiskennis leren, maar ook zichzelf zullen ontplooien.

Rekenen met tablets

21e eeuwse vaardigheden, tablets en online versterking zijn termen die in het basisonderwijs vaak klinken. Met betrekking tot rekenonderwijs wordt tegenwoordig veel ingezet op online leermiddelen, waaronder programma’s van Gynzy, Muiswerk en Rekentuin. Het aanbod van online middelen groeit in rap tempo door.

Maar is het online nu echt beter rekenen?

 

De basisvaardigheden

RekentuinHet onderwijs is flink aan het vernieuwen. Waar de discussie over schrijven met balpen en vulpen enkele jaren terug nog in menig schoolgebouw te horen was, lijkt die discussie overschaduwd te worden door de komst van tablets, Chromebooks en laptops. Op deze instrumenten krijgen de leerlingen een heel nieuw onderwijsaanbod aangeboden.

Echter, de basisvaardigheden zullen wel aangeleerd moeten worden. Rekentuin, Muiswerk en Gynzy zullen leerlingen niet vertellen hoe je breuken bij elkaar optelt of met elkaar vermenigvuldigt, hoe je een staartdeling met goed gevolg oplost en hoe inhoudsmaten en oppervlaktematen met elkaar verweven zijn.

Een goede leerkracht blijft wat dat betreft onmisbaar. Een leerkracht die de leerlingen dit wel kan vertellen, die hen de zogezegde basisstrategieën duidelijk maakt.

Daarna komen al die mooie programma’s pas om de hoek kijken.

 

Automatiseren is het grote probleem

De achteruitgang van het Nederlandse onderwijs (en met name het rekenonderwijs) zit hem eigenlijk in het aanbod en de tijd die geboden wordt om dat aanbod onder de knie te krijgen. Het automatiseren van geleerde strategieën (en binnen het realistisch rekenen worden nog meer strategieën aangereikt dan binnen het functioneel rekenen), krijgt nauwelijks tijd. En hoe gaat dat, als een kind wel aangeleerd krijgt hoe je breuken vermenigvuldigt, maar geen tijd om dat zelf ook eens flink in de praktijk te brengen?

Juist, er ontstaan achterstanden.

Want de les breuken wordt een dag later genegeerd als een leerling met inhoudsmaten aan de slag gaat. En weer een dag later staat de staartdeling weer op het menu. Met andere woorden: er is een te groot aanbod, maar te weinig tijd om dit aanbod te verwerken.

 

Online rekenenOnline verwerking

Daar kunnen programma’s als Muiswerk, Gynzy en Rekentuin wel verandering in aanbrengen. Met een paar drukken op de knop kan een leerkracht binnen deze programma’s instellen wat leerlingen moeten verwerken en de computer doet de rest.

De leerling maakt de opdrachten en wordt direct gecorrigeerd en in staat gesteld zichzelf te verbeteren. Daar kan geen oefenboekje tegenop.

Het online automatiseren leidt dus tot veel voordelen, zoals:

  • Het neemt de leerkracht veel werk uit handen, want deze hoeft niet meer achter oefenboekjes aan te jagen en deze na te kijken;
  • Het oefenen met programma’s stelt leerlingen in staat direct zicht te krijgen op hun prestaties;
  • Computerprogramma’s zoals Muiswerk houden het niveau bij en passen het aanbod op dat niveau aan (kinderen leren er dus echt van, omdat ze net dat beetje uitdaging krijgen dat ze aankunnen en zodra dit verzilverd is, volgt de volgende uitdaging);
  • Het is modern en onbewust worden ook vaardigheden voor het gebruik met tablets en computers getraind;
  • De programma’s kennen veelal een omgeving voor op school als een omgeving voor thuis (er kan dus ook thuis mee geoefend worden op initiatief van ouders en leerlingen of als de leerkracht het huiswerk digitaal opgeeft).

 

Conclusie

Het is niet zo dat rekenprogramma’s zoals Gynzy, Muiswerk en Rekentuin kinderen aanleren hoe je moet rekenen. Dat doet de leerkracht, zoals de lesmethode voorschrijft. Wel kan het oefenen met dergelijke programma’s veel voordeel hebben, aangezien het de leerkracht veel werk uit handen neemt en de leerlingen optimaal in staat stelt op hetgeen ze geleerd hebben in praktijk toe te passen. De meeste programma’s bieden naast een lesomgeving op school ook een lesomgeving voor thuis aan. Er kan dus op eigen initiatief of als huiswerk nog meer geoefend worden, met het doel om de algemene rekenprestaties op te krikken.

 

In groep 1-2 mogen wij enkele nieuwe leerlingen welkom heten. In de groep van juf Fleur/juf Dorine is Pauline Graaf al 4 jaar. Suus van Doorn is nog aan het wennen. In de groep van juf Carla/juf Heintje zijn Britt Sanders en Kim van Pol aan het wennen.

Wij wensen deze kinderen en hun ouders een fijne tijd toe op De Noordhove.